v/p-kloof

Jarenlang is de zogenaamde v/p-kloof beschouwd als "de oorzaak van alle problemen" bij hoogbegaafden. Vaak werd als vuistregel aangehouden dat een verschil van meer dan 14 punten een reden tot zorg zou zijn. Inmiddels is middels diverse onderzoeken vastgesteld dat kinderen met een flinke v/p-kloof helemáál niet altijd problemen hebben of geven. Daarom wordt nu juist door sommigen gesteld dat de problematiek van de v/p-kloof een bakerpraatje is.

 

De praktijk is iets complexer. De kloof kan wel gevolgen hebben voor de ontwikkeling en de mogelijkheden van het kind, maar het enkelvoudige feit van een v/p-kloof is geen reden tot zorg.

 

Maar wat wordt ermee bedoeld?

De intelligentie van een persoon is niet altijd harmonisch. Wie heel goed is in talen, hoeft niet goed te zijn in wiskundige vakken. Wie heel muzikaal is, is niet per definitie sociaal sterk. Op zich hoeft het geen enkel probleem te zijn als iemand ‘uitschieters’ heeft, maar als de onderlinge verschillen erg groot zijn leidt dit vaak tot problemen.

 

De meeste intelligentietests onderscheiden verbale en performale intelligentie.

►Verbaal zijn de aspecten die te maken hebben met talen, spreken en logisch redeneren.

►Performaal betreft het ruimtelijk inzicht, aanleg voor wiskunde, probleemoplossend vermogen en het aanvoelen van sociale relaties.

 

 

 

de V/p-kloof

de v/P-kloof

Als het verbale (veel) sterker is dan het performale, kan een leerling zich verbaal goed uiten en zal daarom hoog worden ingeschat door de omgeving. Zelf ziet hij echter vooral de beperkingen op het performale vlak en voelt zich daarom vaak ‘dom’. Sociaal is hij niet heel sterk en er gebeurt veel op het sociale vlak dat hij niet heeft zien aankomen of niet kan begrijpen. Dit roept onzekerheid op, die de leerling probeert te verbergen achter verbaal geweld. Ook ongewenst gedrag en de neiging ‘op te scheppen’ zijn veel voorkomende vormen van verstopgedrag.

Wie performaal véél sterker is dan verbaal, heeft (omdat hij sociaal veel kan aanvoelen) veelal minder grote problemen. Toch merken ook deze jongeren dat ze op bepaalde gebieden ‘zwak’ zijn. Het aantal jongeren met een v/P-kloof  in de hulpverlening is gelukkig relatief niet groot, maar ook deze jongeren moeten leren zichzelf te accepteren.

De kloof als probleem?

Bij een verschil van méér dan 15 IQ-punten wordt gesproken van een v/p-kloof. Op grond van kenmerken worden de gevolgen van deze kloof nog steeds vaak toegeschreven aan een persoonlijkheidsstoornis (zoals ADHD, ADD, PDD-NOS, Asperger, NLD), maar het is sterk de vraag of dit terecht is. Ondermeer het zelfbeeld (of het gebrek aan zelfvertrouwen) en de asynchrone ontwikkeling die kenmerkend is voor het (hoog-)begaafde kind zullen goed in kaart gebracht moeten worden om het kind te helpen. Het is te simpel om problemen die zich voordoen uitsluitend aan de kloof toe te schrijven. Maar om in de begeleiding deze kloof (en de mogelijke gevolgen voor het functioneren en het zelfbeeld) geheel buiten beschouwing te laten is evenmin verstandig.