HOOGGEVOELIGHEID

top

Hoe 'hooggevoelig' is een hoogbegaafde?

Ouders ontdekken bij hun (hoog-)begaafde kind vaak een bepaalde hooggevoeligheid. Het kind voelt situaties haarfijn aan en wordt daardoor onzeker of angstig. Of het kind is hypergevoelig voor aanrakingen of kleding. Of het kind kan zich absoluut niet meer concentreren als er ook maar de kleinste achtergrondgeluiden hoorbaar zijn. Of...

 

En inderdaad, deze gevoeligheid hóórt bij (hoog-)begaafde personen. Om daar wat zicht op te krijgen, zijn we aangewezen op het werk van Dabrowski.

 

Dabrowski

Dr.Kazimierz Dabrowski (1902-1980) was een Poolse psychiater / psycholoog die veel met begaafde jongens werkte. In zijn wetenschappelijk werk focuste hij op "talented and gifted people" van alle leeftijden. Hij heeft in zijn "Positive Disintegration Theory" de vorming van de persoonlijkheid beschreven. Elk stadium wordt gekenmerkt door perioden van uiteenvallen, twijfel, desintegratie, verlies van zekerheden en depressies. Die perioden (die zowel voor betrokkene als opvoeder niet gemakkelijk zijn en die we daarom misschien het liefst zouden overslaan), zijn onmisbaar voor gezonde groei. Om het belang van deze overgangsperioden aan te geven, noemt Dabrowski ze positieve desintegratie.

 

Overexcitability

Bij zeer gevoelige en begaafde mensen komen deze perioden eerder en intenser. Dabrowski constateerde dat elke 'begaafde' tenminste één overgevoeligheid heeft. In zijn opvatting is hoogbegaafd niet zozeer afgebakend door een IQ-test, maar eerder door vijf gebieden van "overexcitabilitiy", overgevoeligheid die een ontwikkelingspotentieel verraden.

 

Vijf overgevoeligheden

Dit zijn de vijf gebieden. Per gebied is een uitgebreider beschrijving beschikbaar, die u middels het keuzemenu links kunt bereiken.

  • fysiek, duidt op grote beweeglijkheid
  • zintuiglijk, kenmerkt zich vaak door hypergevoelige reactie op aanraken of voor kleding
  • intellectueel, betreft een grote, onverzadigbare 'honger' naar kennis en zegt niets over de intelligentie
  • beeldend, wordt ook "imaginaire overgevoeligheid" genoemd. Grote verbeeldingskracht en veelal een eigen fantasiewereld.
  • emotioneel, ook (over-)sensitiviteit genoemd.

 

Hieronder worden deze vijf punten verder uitgewerkt:

Psychomotorische (lichamelijke) overgevoeligheid

Verwijst naar het fysieke energieniveau. Indien sterk aanwezig: een verhoogde prikkelbaarheid van het neuromusculaire systeem wat zich kan uiten in een grote beweeglijkheid, opgewondenheid, snel praten, impulsiviteit, lichamelijke onrust, willen bezig zijn, gedrevenheid, competitiviteit. Het gaat om de capaciteit actief en energiek te zijn.

  • Extra energie. Snel praten, opvallende opgewondenheid, intensief bewegen (bijvoorbeeld in sport); druk om te handelen (bijv iets te organiseren), opvallend competitief.
  • Manier van uitdrukken van emotionele spanning: Overdreven veel praten en kletsen; impulsieve acties, zenuwachtig gedrag (tic, nagelbijten) workaholic, uitleven.
  •  
  • Begeleiding:
  • Geef ruimte voor fysieke en verbale activiteiten, voor, gedurende en na de schooltijd: zij houden ervan om bezig te zijn en hebben dat nodig. Maak dit een vast onderdeel van het dagelijks leven.
  • Zorg er voor dat die activiteiten acceptabel zijn voor de omgeving en anderen niet afhoudt van hun taken. Dat kan lastig zijn, maar ook uitdagend en plezierig en ten goede van allen werken.
  • Zorg voor een paar activiteiten met een open einde, die freewheelend gedaan worden, en spontaan kunnen ontstaan; daar voelen zij zich zeer goed bij.

Zintuiglijke overgevoeligheid

Verwijst naar de zintuiglijke waarneming en beleving.

Indien sterk aanwezig: een verfijnde en verhoogde zintuiglijke gevoeligheid die zich kan uiten in het sterk genieten van zintuiglijke waarnemingen, van schoonheid, beeldende kunst, literatuur, muziek, geluiden, kleur, vormen, verhoudingen, de natuur…maar ook in de drang naar comfort en luxe, de behoefte om bewonderd te worden en in de schijnwerpers te staan. Dus het gaat om de capaciteit tot zintuiglijk genieten

  • Verhoogd zintuiglijk en esthetisch vermogen: Plezier in zien, ruiken, proeven, aanraken, horen; verheugd en verrukt over mooie voorwerpen, over mooie woorden, over muziek, vormen en kleuren, harmonie en evenwicht.
  • Uiting van zintuiglijke spanning: lekker eten, funshopping, in het voetlicht willen staan.
  •  
  • Begeleiding:
  • Zorg waar mogelijk voor een omgeving met beperkte storing, die comfortabel en plezierig is
  • Zorg voor geschikte gelegenheid om voor het voetlicht te komen door onverwacht aandacht te geven, of begeleid een creatieve of dramatische productie met publiek. Zij voelen (eindelijk) erkenning door het staan in de schijnwerpers
  • Geef voldoende tijd om te genieten van de zintuigen, en schep een omgeving waar genoeglijkheid en genieten is toegestaan.

Intellectuele overgevoeligheid

Dit verwijst naar intense activiteit van de geest. Het is niet hetzelfde als intelligentie! Refereert dus niet aan academische successen, maar aan behoefte tot het vergaren van kennis. Indien sterk aanwezig: een constante drang naar het vergaren van kennis en op zoek naar de waarheid wat zich kan uiten in onophoudelijk vragen stellen, alles analyseren en tegelijk streven naar synthese. Gepreoccupeerd zijn door logica en theoretische problemen, een scherp observatievermogen, onafhankelijk denken, kritisch zijn, symbolisch denken, ontwikkelen van nieuwe ideeën en concepten, denken over het eigen denken. Het gaat om een intellectuele honger. Nieuwsgierigheid, concentratie, vermogen tot aanhoudende intellectuele inspanning, gretig lezen, scherp observeren, gedetailleerd visueel herinneren, gedetailleerde planning.

  • Passie voor vragen stellen en problemen oplossen: Op zoek naar waarheid en begrip, vorming van nieuwe begrippen, vasthoudendheid bij problemen oplossen
  • Nadenkend: Denken over denken, liefde voor theorie en analyse, verdiept in logica, in moreel denken, introspectie (maar zonder oordelen), begripsmatige en intuïtieve integratie, onafhankelijk in denken (zeer kritisch)

 

Begeleiding:

  • Laat zien hoe je antwoorden kunt vinden op vragen. Dit moedigt de passies van de persoon aan om te analyseren, synthetiseren en om inzicht te verwerven
  • Suggereer manieren om ethisch en maatschappelijke bezig te zijnvanuit morele en ethische kwesties. Dit geeft hen gelegenheid te tonen dat ze iets kunnen doen om te helpen, zelfs op een beperkt manier, om problemen van de samenleving en de wereld aan te pakken.
  • Als sommigen erg kritisch zijn, help hen dan om die kritiek zo te uiten dat anderen die niet zien als gebrek aan respect of wreedheid. Als ze een idee “stom”vinden, dan zou die reactie wel eens niet goed kunnen overkomen, zelfs al is het idee inderdaad weinig inhoudsvol

Imaginaire overgevoeligheid

Verwijst naar de verbeeldingskracht en voorstellingsvermogen. Indien sterk aanwezig: frequent gebruik van beelden en metaforen in de taal, poëtisch taalgebruik, sterk vermogen tot gedetailleerde en levendige visualisaties, inventief en fantasievol, snel wegdromen bij verveling…maar ook vluchten in een fantasie- en droomwereld, imaginaire vriendjes, dramatiseren, magisch en animistisch denken. Dus het betreft de verbeelding, figuurlijk én letterlijk.

  • Vrij spel van de verbeelding of fantasie: Vaak gebruik van beelden en metaforen, gemak om iets uit te vinden, te bedenken en te fantaseren, gemak in het bedenken van gedetailleerde beelden, gedichten en dramatische voorstellingen, gemak in animistisch en magisch denken
  • Vermogen om te leven in een fantasie wereld: Voorliefde voor magie en sprookjes, schepper van prive-werelden, denkbeeldige vrienden, dramatiseren
  • Spontane beelden als een uitdrukking van emotionele spanning: Animistische verbeelding, mengen van waarheid en verzinsel, uitgebreide dromen, illusies
  • Lage tolerantie voor verveling
  • Deze kinderen verwarren feiten met verzinsels omdat herinneringen en nieuwe ideeën door elkaar heen lopen in hun geheugen. Help hen om onderscheid te maken tussen fantasie en echt, door een stopteken in te lassen op hun mentale videotape, en schrijf of teken de echte dingen voordat ze er mee op de loop gaan. Het is geen liegen dat ze doen.

 

Begeleiding:

  • Help hen om hun voorstellingsvermogen op een goede manier te gebruiken en om hun vermogen tot leren en hun productiviteit te verhogen. Zij zouden in plaats van schoolboeken en schriften, moeten beschikken over een eigen organisatie van kennissystemen. Help hen dat aan te leggen: schriften met schetsen, plaatjes, files met foto’s, games, enz.

 

 

Emotionele overgevoeligheid

Verwijst naar de intensiteit van de emoties en naar andere dingen voelen dan anderen, soms genoemd (over-)sensitiviteit.

Indien sterk aanwezig: complexe gevoelens en emoties, intense gevoelens, sterk en verfijnd gevoelsbewustzijn, sterk vermogen tot empathie, sterke gehechtheid aan personen, dieren of plaatsen. Maar ook verlegenheid, opwinding, psychosomatische klachten, sterke gevoelsherinneringen van ervaringen in het verleden, bezig zijn met de dood, angsten, depressie, intens gevoel van eenzaamheid, sterk verantwoordelijkheidsgevoel, schuldgevoelens of zelfs zelfmoordgedachten. Emotionele 'over-excitability' vormt, via zelfreflectie en zelfbeschouwing, de basis van de relatie tot zichzelf en vormt, via medeleven en responsiviteit, de basis van de relatie tot de anderen. Dus het gaat hier dus niet om emotioneel zijn, maar om emotionele intensiteit en sensitiviteit voor bijzondere kenmerken in de situatie, die niet iedereen opvallen.

  • Gevoelens en intense emoties: Positieve gevoelens, negatieve gevoelens, extreme emoties, complexe emoties en gevoelens, inleven in gevoelens van anderen, besef van een brede range van gevoelens
  • Sterke lichamelijke reacties bij gevoelens: Gespannen maag, pijn in de buik, blozen, hartkloppingen, opvliegers, warm worden, zweethanden
  • Sterke gevoelsmatige reacties: Geremd (verlegen, timide), enthousiast, extatisch, euforisch, trots, sterk geheugen voor emoties, schaamte, gevoel van niet-realiteit, angsten en ongerustheid, schuldgevoel, depressieve gedachten en denken over zelfmoord.
  • Vermogen zich sterk te hechten, diepe relaties: Sterke emotionele banden en verbindingen met personen, met levende dingen, met plaatsen, met dieren; moeilijk in het aanpassen aan nieuwe omgevingen; sterk meevoelend met anderen, reagerend op anderen, gevoelig voor relaties, eenzaamheid.
  • Goed gedifferentieerde gevoelens tegenover zichzelf: Innerlijke dialoog en scherp oordeel over zichzelf.

 

Begeleiding:

  • Accepteer alle gevoelens, ongeacht de intensiteit. Voor mensen die niet erg emotioneel zijn, klinkt dit nogal vreemd. Zij beschouwen deze uitingen als melodramatisch. Als we de emotionele intensiteit accepteren en hen helpen met de problemen die daarmee kunnen ontstaan, bevorderen we een gezonde groei.
  • Leer hen om te anticiperen op de intense reacties van henzelf. Zij weten vaak niet wanneer de emoties zo intens worden dat ze controle verliezen over zichzelf. Help hen om de fysieke signalen te onderkennen op stress, zoals zweet, hoofdpijn of maagpijn. En leer hen die emoties op te vangen en te hanteren, wat iets anders is dan onderdrukken.