HOOGBEGAAFD

In het onderwijs

Op school wordt zo’n 10% van de kinderen als hoogbegaafd ervaren. Dit is duidelijk méér dan de 2,3% die volgens de statistiek een IQ van tenminste 132 behaalt. Deze kinderen worden opgemerkt omdat ze zeer intelligent zijn, maar ook creatief met hun mogelijkheden omgaan en een goede taakhouding hebben. Zij voldoen aan het beeld dat we doorgaans van een 'hoogbegaafde' hebben. Ze hebben extra uitdaging nodig en kunnen dat doorgaans op school ook aangeboden krijgen.

De vakterm

De wetenschappelijke term "hoogbegaafdheid" is gedefinieerd als "een persoon met een IQ van 132 of hoger". Dit betreft 2,3% van alle mensen. De grens is gebaseerd op een stukje statistiek: tweemaal de standaardafwijking van het midden. Maar... zou een kind met een IQ van 128 ècht zo anders zijn dan een kind met een score 133? In de praktijk is deze definitie slechts geschikt als indicatie. Een IQ van 132 zegt eigenlijk erg weinig over een individu.

Hoogbegaafdheid staat de laatste jaren geregeld in de belangstelling. Met name in relatie tot het onderwijs. Ons Nederlandse onderwijs is totaal ongeschikt voor de hoogbegaafde leerlingen, zo wil men ons laten weten.

 

Maar wat is hoogbegaafdheid? En bedoelt iedereen hetzelfde met die term? Drie verschillende benaderingen:

 

 

De benadering van AntrAciet

In de begeleiding blijkt een tweedeling tussen bovengemiddeld intelligente kinderen. Er zijn kinderen die onder dit punt vallen: zij laten zien wat ze in huis hebben en manifesteren zich als 'begaafd'. Tegelijk is er ook een andere groep. De kinderen in die tweede groep heeft wèl een hoge intelligentie (meestal tenminste IQ 120, zo blijkt in de praktijk) maar komt níét tot goede prestaties of functioneert sociaal niet naar wens. Het begrip "hoogbegaafd" wordt daarmee genuanceerder: hoogbegaafd zijn is géén garantie voor succes, maar evenmin geldt elke hoogbegaafde als een 'probleem'.

 

k l i k   o p   e e n   b u t t o n   o f   s c r o l l   n a a r   b e n e d e n