asynchroniteit

Hoogbegaafde kinderen kunnen hun leeftijdsgenoten op sommige gebieden vér vooruit zijn. Ze begrijpen leerstof in een fractie van de tijd die andere kinderen nodig hebben. Ze houden zich bezig met zaken of problemen die feitelijk passen bij oudere kinderen. Ze hebben sociale inzichten die eigenlijk pas ‘normaal’ zijn bij oudere kinderen, enz. Maar tegelijk gebeurt het dat op andere gebieden hun ontwikkelingsniveau zelfs onder hun kalenderleeftijd ligt.

 

Een kind met een asynchrone ontwikkeling heeft feitelijk niet één mentale/intellectuele leeftijd, maar bevindt zich in verschillende leeftijdsfasen. Een tienjarig kind dat zich intellectueel gedraagt als een veertienjarige wil aangesproken worden als veertienjarige en houdt zich bezig met ‘wereldproblemen’ als een veertienjarige. Tegelijkertijd is het in de emotionele en morele ontwikkeling een kind van een jaar of zes. Voor ouders, maar ook voor de leerkracht, een lastig punt… Een bron van verwarring ook, zowel voor het kind als voor zijn omgeving, want de ene keer heb je te maken met een kind dat zijn leeftijd ver vooruit is, en de andere keer met een kind dat gewoon op leeftijd is of zelfs een beetje ‘achter.

 

De omgeving heeft te maken met verschillende leeftijden in één persoon. Dit schept tegelijk verwarring bij het kind. Hoogbegaafde kinderen zijn zich vaak heel sterk bewust van hun asynchroniteit, al kunnen ze deze niet onder woorden brengen.

Herkennen en begeleiden

Het is belangrijk dat de opvoeders de aanwezigheid van een asynchrone ontwikkeling (her)kennen en er de consequenties goed van inschatten voor wat aanpak en begeleiding betreft.

 

Heel vaak wordt slechts de intellectuele leeftijd van een hoogbegaafd kind gezien. Hier speelt men dan ook op in, waarbij onvoldoende rekening gehouden wordt met de fysieke beperkingen zijn van de kalenderleeftijd. Of men ziet niet in dat bepaalde andere zaken in de ontwikkeling van het kind niet geheel overeenstemmen met de ingeschatte intellectuele leeftijd.

 

Dit kan leiden tot een te groot verschil tussen de verwachtingen die aan een kind gesteld worden op basis van, bijvoorbeeld, zijn/haar verbale sterkte, en de dingen die het kind in feite echt kan uitvoeren. Denk aan een kind dat zeer goed kan hoofdrekenen, maar dit niet op papier gezet krijgt. Zoiets geeft frustraties, zeker als het bovenop het besef van dat falen telkens moet horen “je kunt het wel als je maar wilt”.

 

Zowel voor ouders en kind als voor de leerkracht is het een hele uitdaging om gepast met de asynchrone ontwikkeling te leren omgaan. Het is uiterst belangrijk dat begeleiders de aanwezigheid van die verschillende leeftijden in één kind niet uit het oog verliezen en er goed op reageren. Er zijn geen pasklare oplossingen, maar het weten dat één kind verschillende leeftijden kan herbergen, geeft al een beter begrip.